Drs. Ignas Hattink, dierenarts, verbonden aan WHG Dierenziekenhuis Alkmaar, Vondelstaete 500, 1814 MH Alkmaar, 072-5112133, www.whgdierenartsen.nl
N.B.
Deze cliënten hand-out is bedoeld als ondersteuning van het consult door de dierenarts. De tekst gaat ervan uit dat uw huisdier al door de dierenarts is gezien. De adviezen in de hand-out gelden alleen voor dieren bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de dierenarts! Bedenk bij het lezen dat de gezondheidssituatie van uw huisdier anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven. Verder worden al onze hand-outs vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.
‘Papegaaienziekte’ is een ziekte die door een bacterie wordt veroorzaakt en zowel bij vogels als bij mensen ziekteverschijnselen kan veroorzaken. Omdat papegaaiachtigen die als huisdier worden gehouden meestel de bacterie naar de mens overdragen, wordt de ziekte in de volksmond ook wel ‘papegaaienziekte’ genoemd, echter ook andere vogels kunnen de bacterie overdragen op mensen. Andere namen die voor deze aandoening worden gebruikt zijn ‘Ornithose’ en ‘Chlamydiose’. Het is dan ook van groot belang dat een vogeleigenaar weet welke symptomen bij de vogel en bij de mens kunnen wijzen op een infectie met deze bacterie.

Papegaaienziekte of Ornithose bij vogels
‘Papegaaienziekte’ wordt veroorzaakt door een bacterie die we Chlamydophila psittaci noemen. Het vermoeden bestaat dat zo’n 10 % van de vogels die als huisdier gehouden worden de bacterie actief uitscheiden. De bacterie wordt uitgescheiden via lichaamsvochten zoals ontlasting, slijm, neusvocht en traanvocht.
Een nadeel van deze bacterie is dat deze in de omgeving ook vrij lang kan overleven. Dit betekent dan ook dat de bodembedekking van een volière veel infectieuze bacteriën kan bevatten. Bij vogels die een verminderde weerstand hebben, kunnen er meer bacteriën uitgescheiden worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vogels die stress ervaren. Bijvoorbeeld bij vogels die pas zijn aangeschaft of die verhuisd worden. Ook overbevolking van een volière en een verkeerde voeding kan tot stress leiden.
Veel vogels zijn drager zonder zelf ziek te worden. De ziektesymptomen bij de vogels die wel ziek worden zijn heel divers en kunnen ook door een onderliggende ziekte worden veroorzaakt.
Symptomen bij vogels kunnen zijn:
- Vermoeidheid
- Gebrekkige eetlust
- Gewichtsverlies
- Rillen/huiveren
- Niezen en vloeistof uit de neusgaten
- Waterige ontlasting
Soms verloopt de ziekte snel en acuut en dan worden meestal de volgende symptomen gezien:
- Erg suf
- Anorexie
- Onverzorgd veerkleed
- Waterige ontlasting
- Benauwdheid
- Fluorescent groene diarree
- Plotse sterfte
Elke willekeurige combinatie van deze symptomen kan voorkomen, de ziekte kan van zeer mild tot zeer ernstig verlopen. Ook kan de ziekte zich uiten als een oogontsteking of ‘verenplukken’.
De bacterie verschuilt zich in de cellen van de vogel (intracellulair). Nu en dan breekt de bacterie uit de cel om andere cellen binnen te dringen. Op dat moment wordt de bacterie ook actief uitgescheiden. Dit kan golfsgewijs voorkomen (episodisch). Door deze leefwijze is de bacterie moeilijk te kweken in een laboratorium.
Diagnose
De diagnose kan het beste gesteld worden door een test uit te voeren. Middels deze test wordt het genetisch materiaal van de bacterie aangetoond. Dit kan op het moment dat de bacteriën zich buiten de cellen bevinden. Er kan een zogenaamde PCR test uitgevoerd worden op bloed en ontlasting. In het geval van de ontlasting moet deze gedurende 5 dagen verzameld worden en dan getest. Als de PCR test positief is, wil dit zeggen dat er genetisch materiaal van de bacterie aanwezig is en dat er dus een actieve infectie speelt.
Een andere test die uitgevoerd kan worden is de ELISA test. Deze test toont aan of er antistoffen tegen de bacterie zijn aangemaakt. Indien er antistoffen aanwezig zijn, zegt dit alleen dat er contact met de bacterie is geweest, maar niet of er nog een actieve infectie aanwezig is. Ook heeft het lichaam tijd nodig om antistoffen aan te maken. Dit betekent dat een vogel die in de eerste acute fase van infectie zit een negatieve ELISA test kan hebben (in dit geval geeft de test dus aan dat de vogel de infectie niet heeft terwijl dit wel het geval is!).

Behandeling
De bacterie kan goed worden bestreden met antibioticum. De zogenaamde tetracyclines hebben de eerste voorkeur. Dit antibioticum moet 9x in de borstspier worden ingespoten met steeds 5 dagen ertussen. Ook kan het antibioticum in het drinkwater worden opgelost. Echter de exacte opname van het antibioticum is dan moeilijker te controleren waardoor de uitkomst van de behandeling minder zeker is.
Verder dient het stressrisico zo laag mogelijk te worden gehouden en is het van belang voor een optimale ondersteuning voor herstel te zorgen door goede voeding en toevoeging van vitamines. Aangezien sommige vogels de bacterie ondanks antibioticum niet geheel kwijtraken, is het te adviseren om vogels die de ziekte gehad hebben jaarlijks opnieuw te laten testen.
Doordat de bacterie in de omgeving wel tot een maand kan overleven, is hygiëne van het grootste belang. Indien een vogel in een volière ziekteverschijnselen vertoont, kan deze beter apart gezet worden, zodat de kans beperkt wordt, dat eventuele ziektekiemen de andere vogels besmetten. De verblijven kunnen worden schoongemaakt met een oplossing van bleekmiddel (wel goed laten luchten en naspoelen met water).
Papegaaienziekte of Ornithose bij mensen
Mensen lopen de infectie vaak op door het inademen van de bacterie via stofdeeltjes in de lucht. Dit kan veerstof van de vogel zijn of bijvoorbeeld opstuivend volièrezand bij het schoonmaken van de volière. De mensen die intensief contact met vogels hebben (vogelkwekers, pluimveehouders, personeel in dierenwinkels, etc.) lopen het meeste risico, echter ook het bezoeken van iemand met een kooitje met één parkiet kan soms al leiden tot een besmetting. Het is daarom van groot belang om te weten welke symptomen kunnen wijzen op Papegaaienziekte bij de mens. Bij verdenking is het ook belangrijk de huisarts hierover in te lichten. De infectie bij mensen is goed te behandelen maar wanneer deze wordt verwaarloosd of niet tijdig opgemerkt kan deze zeer ernstig verlopen.
De periode tussen contact met de vogel (en dus het binnenkrijgen van de bacterie) en het ziek worden ligt meestal tussen de één tot twee weken, maar kan langer duren. Net als bij de vogel kunnen de symptomen bij de mens nogal variëren van vrijwel geen ziekteverschijnselen tot zeer ernstige ziekteverschijnselen. De bacterie wordt in principe niet van mens op mens overgedragen.
Symptomen bij de mens
- Lichte verkoudheid
- Griepverschijnselen met langdurige hoge koorts, rillerigheid, hoofd- en spierpijn
- Ernstige longontsteking
- Aantasting van lever en hartspier
Mocht u een van deze symptomen ontwikkelen en naar een huisarts gaan vermeld dan altijd dat u contact heeft (gehad) met vogels.
Om te voorkomen dat een infectie wordt opgelopen dient iemand die de kooi schoonmaakt handschoenen te dragen of in elk geval goed de handen te wassen na het schoonmaken. Als u vermoedt dat uw vogel mogelijk de infectie heeft, is het tevens verstandig een mondkapje te dragen bij het verschonen en zo spoedig mogelijk contact op te nemen met een dierenarts die beschikt over de nodige vogel kennis.
http://www.tailfeathersnetwork.com/birdinformation/psittacosis.php