N.B.
Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.
INLEIDING
Een schildpad is een reptiel en er zijn meer dan 250 soorten. Men kan ze onderscheiden in landschildpadden en moeras- of waterschildpadden. Het lichaam van een schildpad is omhuld door een rug- en een buikschild. De kop en poten hebben schubben. Het is een “koudbloedig” diertje dat zijn temperatuur regelt via zijn omgeving; tevens houden ze een winterslaap.
Een moeras- of waterschildpad heeft een afgeplat rugschild en zwemvliezen tussen de tenen. Ze zijn erg beweeglijk en leuk om als huisdier te houden. Ze hebben echter een goede verzorging nodig. Vaak krijgt een kind een babyschildpadje, dat vervolgens gehouden wordt in een plastic bak met een palmboompje en als eten meelwormen krijgt. Helaas is dit niet de manier van houden van deze bijzondere diertjes. Tevens is het belangrijk te weten welk ras men heeft. Sommige schildpadden mag men niet houden of alleen met een verplicht certificaat !
AANSCHAF
Bij de aanschaf moet men goed opletten hoe ze gehouden worden. Ziet dit er goed en professioneel uit? Hoe zwemmen de schildpadden? Zwemmen ze scheef en hebben ze belletjes op de neus, dan zijn ze waarschijnlijk ziek. Het schild moet er gezond uit zien en mag niet te zacht zijn. De schildpad moet actief en alert zijn en mag geen beschadigingen hebben.

Een test voor men een jong schildpadje koopt is hem op de rug leggen en kijken hoe snel hij weg zwemt. Bij aanschaf is een babyschildpad meestal zo’n 5 cm maar deze groeit met de goede verzorging in 5 tot 6 jaar uit tot een schildpad van 15 tot 30 cm.
VAST HOUDEN
Een grote schildpad moet je niet omkeren omdat dit tot een draaiing van het darmpakket kan leiden. Schildpadden worden aan hun schild bij de achterpoten vastgehouden. Bij het hanteren van een schildpad moet men zich bedenken dat deze dieren kunnen krabben, bijten, urineren en een stinkend secretum kunnen lozen.
HUISVESTING
Een moeras- of waterschildpad verblijft het liefst in een aquarium waarvan ¾ bestaat uit water en de rest uit land. De lengte van het aquarium moet 10 maal de lengte en de hoogte 2,5 maal de lengte van de schilpad bedragen. Boven het landgedeelte moet er een warmtelamp aanwezig zijn voor het zonnen en ze moeten er makkelijk in en uit het water kunnen klimmen. Planten worden opgegeten dus zet deze niet in het aquarium. Een goede pomp met filter is belangrijk voor schoon water. De watertemperatuur moet ongeveer 25 graden zijn afhankelijk van het soort en ’s nachts eventueel een paar graden kouder. Dit kan goed geregeld worden met een dompelaar met thermostaat. Voor de gewenste luchttemperatuur is een infrarode lamp handig.
VOEDING
Een volwassen moeras- of waterschildpad moet 2 tot 3 keer per week gevoerd worden in het water. Belangrijk is niet te veel en goed voer. Geef ze kattenvoer, geweekte brokken of blikvoer. Als aanvulling zijn watervlooien, schildpad droogvoer, wormen, garnalen, stukjes vis waterplanten, waterkers en vers fruit goed.
Een afwisselend menu is belangrijk maar om te zorgen dat ze genoeg kalk en vitamine D3 binnen krijgen is het geven van vitaminen en mineralen noodzakelijk.
Jonge schildpadden moeten vaker gevoerd worden en hebben extra kalk nodig. Het is goed om het gewicht en de groei in de gaten te houden.
VOORTPLANTING
Om te gaan kweken moet men eerst een mannetje of vrouwtje kunnen onderscheiden. Een mannetje is vaak kleiner, heeft langere nagels en een langere dikkere staart. Zijn cloaca zit voorbij het schild. Soms is het buikschild van het mannetje hol, terwijl het vrouwtje een vlak buikschild heeft. Heeft er een paring plaatsgevonden dan blijft het zaad lang goed in het vrouwtje.

Soms worden er pas na maanden eitjes gelegd. De schaal is leerachtig en het uitbroeden vereist speciale omstandigheden en temperaturen. De temperatuur tijdens het uitbroeden kan het geslacht bepalen. Bij hogere temperaturen komen er meer vrouwtjes en bij lagere hoofdzakelijk mannetjes. Hoe lang het duurt voor de eieren uitkomen verschilt per soort.
ZIEKTEN
Parasieten
Schildpadden die niet eten en diaree hebben, hebben vaak endoparasieten. Er moet een ontlastingsonderzoek gedaan worden. Onder de microscoop kunnen bacteriën, wormeieren, flagellaten, amoeben of coccidiën gevonden worden.
- Bacteriën: Antbioticum; welk antibioticum wordt bepaald door bacteriologisch onderzoek. Men moet wel opletten, soms wordt salmonella gekweekt en die is ook gevaarlijk voor de mens.
- Wormeieren: Panacure®, 2 keer met een tussentijd van 10 dagen
- Flagellaten: Metronidazol
- Amoeben: Metronidazol® en daarnaast dagelijkse rehydratie
- Coccidiën: Baycox® (toltrazuril)
Longontsteking
Longontsteking door kou of bacteriën komt veel voor bij de schildpad. Het begint met een verkoudheid, dit herkent men aan de belletjes op de neus. Snel breidt dit zich uit naar de longen en gaat de schildpad scheef zwemmen. De diagnose wordt gesteld door een röntgenfoto te maken. De schildpad krijgt een kuur antibioticum en het leefklimaat moet aangepast worden. Een stoombad met kamilledampen kan een goede ondersteuning zijn.
Een longontsteking kan ook ontstaan door longwormen. Men ziet dan ook veel slijm in de bek. Doordat de eieren met larve worden doorgelikt na migratie naar de trachea kunnen deze aangetoond worden met ontlastingsonderzoek. De schildpad moet 2 maal ontwormt worden met Levamisol®.
Schildrot
Het schild van een schildpad bestaan uit 2 lagen, de buitenste laag is een hoornlaag. Deze laag bestaat uit platen die ze regelmatig vervangen. De binnenste laag bestaat uit bot. Wordt het schild donker, zacht, brokkelig en gaat ruiken dan kan dit komen door een infectie van het schild door bacteriën of schimmels. De infectie kan beide lagen aantasten en naar binnen toe doorbreken. De schildpad kan er aan overlijden.
Om dit te voorkomen is goede voeding, hygiëne en een goede huisvesting van belang. De behandeling is; onder narcose het rottend weefsel verwijderen.
Oogontsteking
Dit is een veel voorkomend probleem door beschadiging, vies water of door te kort aan vitamine A en D3. Met antibioticum oogzalf met vitamine A kunnen de ogen gezalfd worden. Tevens moet de voeding aangepast worden.

Metabolic bone disease
De klinische verschijnselen zijn afhankelijk van de leeftijd. Bij jonge groeiende schildpadden ziet men een zacht schild. Normaal is een schild het eerste jaar zachter dan later in het leven. Bij deze ziekte blijft dit echter zo. Ook het bovenschild plat in het midden af en de zijkanten gaan iets omhoog. De groei blijft achterwege. Soms ziet men misvormingen aan de bek. Bij volwassen schildpadden zijn de verschijnselen; verminderde eetlust en dikke ogen door hypovitaminose A. De oorzaken zijn tekort aan calcium en vitamine D in de voeding, verkeerde verhouding calcium/fosfor in de voeding, gebrek aan UV licht of de verkeerde golflengte. De diagnose wordt gesteld door navraag over de voeding, klinische verschijnselen, röntgenfoto en bloedonderzoek.
Legnood
Een vrouwelijke schildpad kan ook zonder paring in het voorjaar eieren gaan produceren. Kan ze deze niet kwijt dan wordt ze onrustig, gaat niet meer eten en wordt benauwd. Het niet kunnen leggen van de eieren kan komen door verkeerde huisvesting, onrust in het aquarium, verkeerde voeding of het niet goed of verkeerd indalen van de eieren.
Om de diagnose te bevestigen wordt een röntgenfoto gemaakt en kan er Oxytocine® toegediend worden. Komen de eieren vervolgens niet binnen een half uur naar buiten dan kunnen ze chirurgisch verwijderd worden.
