N.B. De teksten van onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op basis van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.
INLEIDING
Al sinds eeuwen is bekend dat bepaalde ziekten veranderingen in de urine met zich meebrengen. Artsen werden daarom vroeger ook wel aangeduid als “piskijkers”. Urine is natuurlijk een belangrijk uitscheidingsproduct en het onderzoek ervan levert dan ook vaak veel belangrijke informatie op over een patiënt. Onderstaand een overzicht van de mogelijkheden bij het urine onderzoek. De nadruk zal liggen op de onderzoeken die we in ons eigen laboratorium kunnen doen.
ALGEMEEN ONDERZOEK VAN DE URINE
Al zonder teststripjes, microscoop of andere hulpmiddelen is er veel te zien aan urine. We letten op de volgende kenmerken:
- de kleur
- het volume
- de geur
- de helderheid
- schuim
ad 1. de kleur
Normaal gesproken is urine natuurlijk geel, afwijkingen hiervan kunnen de volgende betekenis hebben:
zeer lichtgeel tot kleurloos
zeer donkergeel
rood tot roodbruin
bruin
geelbruin tot geelgroen
zeer donker gekleurd |
 |
slecht geconcentreerde urine (zie later)
sterk geconcentreerde urine
bloed of bloedkleurstoffen in de urine
myoglobine* of porfyrines** in de urine
galkleurstoffen in de urine
geelzucht of tgv geneesmiddelen |
ad 2. het volume
Omdat de urine die ter onderzoek wordt aangeboden meestal maar een deel is van de totale hoeveelheid die geproduceerd wordt, is dit meestal niet relevant.
ad 3. de geur
Verse urine van een gezonde hond stinkt niet. De urine van een kat (vooral katers!) heeft natuurlijk wel een redelijk penetrante geur. Bepaalde geuren zijn duidelijk afwijkend. Zo wijst een ammoniakgeur op een bacteriele infectie van de urinewegen, of op niet verse urine. Een rottingslucht ontstaat bij veel eiwit in de vorm van bloed of etter in de urine. Een acetonlucht wijst op ketonlichamen in de urine. Ketonlichamen ontstaan bijvoorbeeld bij gecompliceerde suikerziekte bij de kat of bij leververvetting bij de kat ten gevolge van langdurige anorexie.
ad 4. de helderheid
Normale urine van hond en kat is helder. Urine van cavia’s en konijnen is van nature troebel. Bij deze dieren is een heldere urine zelfs afwijkend!
Troebele urine bij hond en kat ontstaat door de aanwezigheid van cellen, slijm of gruis. Troebele urine is altijd een reden om het sediment (zie later) van de urine te gaan bekijken!
ad 5. schuim
bij het schudden van een urinemonster zal altijd wat schuim ontstaan. Normaal gesproken is dit schuim snel weer verdwenen. Blijft het schuim staan, dan duidt dit op eiwit in de urine. Op de betekenis van eiwit in de urine komen we later nog terug. Is het schuim geelbruin tot geelgroen dan kan het ook een gevolg zijn van de aanwezigheid van galzouten in de urine, hetgeen voorkomt bij een leveraandoening.
URINEONDERZOEK MBV EEN TESTSTRIP
Deze strips zijn zogenaamde snel diagnostica die allerlei ingewikkelde chemische proefjes overbodig maken. De strips zijn echter oorspronkelijk ontwikkeld voor gebruik bij mensen. We moeten daarom altijd kritisch blijven bij de beoordeling van de uitslagen.

De volgende items worden bekeken met behulp van deze strips:
- PH:
Dit is de zuurtegraad van de urine. Normale urine van hond en kat heeft een PH van 6-7, de urine van cavia’s en konijnen is minder zuur (PH van 7.4-8.4)
Een verhoging van de zuurtegraad van verse urine is meestal het gevolg van bacteriële ontstekingen van de urinewegen. Een verlaging van de zuurtegraad kan het gevolg zijn van een verzuring van het bloed, hetgeen op kan treden bij ernstig nierfalen. De zuurtegraad van de urine wordt ook beïnvloed met speciaal daarvoor ontworpen diëten.
- Eiwit:
In normale urine komt eiwit in niet meetbare hoeveelheden voor. Bij honden mag een spoortje eiwit nog als normaal beschouwd worden. Teveel eiwit in de urine kan duiden op ontstekingen of bloedingen in de urinewegen of op een beschadiging van de nieren. Ook bij heftige koorts en grote lichamelijke inspanning kan tijdelijk(!) eiwit in de urine gevonden worden. Een positieve uitslag op eiwit met behulp van een urinestrip test is alleen betrouwbaar als de PH 7.0 of kleiner is!!!
- Glucose:
Glucose in de urine is een gevolg van een verhoogde bloedsuikerspiegel. Het duidt in vrijwel alle gevallen op suikerziekte. Andersom is het niet zo dan een verhoogde bloedsuikerspiegel altijd suiker in de urine doet verschijnen. De bloedsuikerspiegel moet namelijk boven een bepaalde waarde stijgen (>15 mmol/l), voordat de zogenaamde nierdrempel wordt overschreden. Pas op: niet goed omgespoelde jampotjes kunnen voor verwarring zorgen!
- Bloed:
Als het stripje positief kleurt op het item bloed dan is er of rode bloedkleurstof (hemoglobine) aanwezig of er zijn daadwerkelijk bloedcellen aanwezig in de urine. In het geval van bloedcellen zal de urine meestal enigszins troebel zijn. Onderscheid kan gemaakt worden door het onderzoeken van een sediment (zie later). De aanwezigheid van bloedcellen in de urine wijst op een ontsteking of beschadiging van de urinewegen, de aanwezigheid van rode bloedkleurstof (hemoglobine) wijst op een versnelde afbraak van rode bloedcellen zoals bij Babesiose of < ahref=61"docdb.asp?id=47"AIHA).
- Ketonen:
Ketonen in de urine ontstaan als vet de belangrijkste brandstofbron is geworden in plaats van koolhydraten. Bij honden of katten is dat bijvoorbeeld het geval bij suikerziekte. Bij katten en cavia's kan een leververvetting door anorexie de oorzaak zijn van een verhoogde ketonen spiegel in het bloed en dus een uitscheiding in de urine.
- Bilirubine:
Dit is galkleurstof. Bij honden is een kleine hoeveelheid bilirubine in de urine normaal, bij katten hoort geen bilirubine in de urine aanwezig te zijn. Een verhoogde hoeveelheid bilirubine in de urine kan veroorzaakt worden door een obstructie van de galwegen, een beschadiging van de lever of door een versnelde afbraak van rode bloedcellen (hemolyse).
N.B. Voor alle items geldt dat ze het meest betrouwbaar te bepalen zijn in verse urine!
SOORTELIJK GEWICHT
Het soortelijk gewicht is een maat voor het concentrerend vermogen van de nieren. Het is afhankelijk van de hoeveelheid water die opgenomen wordt. Het wordt gemeten met behulp van een zogenaamde refractometer. De normale waarde van het soortelijk gewicht van de urine ligt bij honden en katten tussen de 1.015 - 1.045 Een verlaging van het soortelijk gewicht zien we bijvoorbeeld bij nierproblemen (maar ook bij veel andere oorzaken van veel drinken en veel plassen), een verhoging van het soortelijk gewicht komt o.a. voor bij suikerziekte door de aanwezigheid van suiker in de urine of bij blaasgruis.
SEDIMENT
Het sediment is eigenlijk het bezinksel van de urine. De 'zwaardere'' bestanddelen dus. Het wordt verkregen door de urine te centrifugeren en dan de bovenstaande vloeistof af te gieten. Het bezinksel onderin de buis (het sediment) kunnen we dan bekijken onder de microscoop. In het sediment kunnen verschillende soorten cellen gezien worden, maar ook kristallen of blaasgruis, cilinders of bacteriën. Vooral bij troebele urine of urine met een hoog soortelijk gewicht kunnen we afwijkingen in het sediment verwachten.
Cellen:
Grote hoeveelheden rode bloedcellen wijzen op een ontsteking of een beschadiging van de urinewegen. Verhoogde aantallen witte bloedcellen (leucocyten) wijzen eveneens op een ontsteking van de urinewegen. Kleine hoeveelheden epitheelcellen van de blaas of plasbuis hebben geen betekenis. Grotere hoeveelheden van deze cellen wijzen op een ontsteking van de urinewegen. Het vinden van nier epitheelcellen is altijd afwijkend! Het wijst op een (ernstige) beschadiging of ontsteking van de nieren.

Kristallen
Alleen grote hoeveelheden kristallen in verse(!) urine met een normaal soortelijk gewicht hebben klinische betekenis. Het is onjuist om bij het vinden van een enkel kristal in de urine een dier te veroordelen tot een blaasgruisdieet! Er zijn verschillende soorten kristallen die kunnen voorkomen in de urine van hond of kat. De twee meest voorkomende kristallen zijn struviet en calciumoxalaat. Bij katten is de aanwezigheid van kristallen dikwijls aanleiding tot het ontstaan van een blaasontsteking en of verstopping van de plasbuis (katers!). Bij honden is de aanwezigheid van kristallen eerder een gevolg van een blaasontsteking.
Bacteriën
Het vinden van bacteriën in verse urine is altijd afwijkend. Verse urine is van zichzelf steriel. Het vinden van bacterien in het sediment moet aanleiding zijn tot het verrichten van bacteriologisch onderzoek van de urine.
Cilinders
Cilinders zijn langwerpige, enigszins doorzichtige structuren in het sediment. Het zijn eigenlijk een soort afgietsels van de urine verzamelbuisjes in de nieren en ze bestaan uit eiwit. Het vinden van deze cilinders duidt op een ernstige beschadiging van de nieren.
BACTERIOLOGISCH ONDERZOEK
Bacteriologisch onderzoek is eigenlijk alleen maar zinvol bij verse urine verkregen door middel van een blaaspunctie of eventueel via een katheter. Niet alleen het wel of niet aanwezig zijn van bacteriën zegt iets over een eventuele infectie, er moet ook gekeken worden naar de hoeveelheid bacteriën. De hoeveelheid bacterien is gerelateerd aan de manier van monstername (spontaan geloosde urine, katheterurine, urine verkregen met behulp van een blaaspunctie). Aan de hand van de uitslag van een bacteriologisch onderzoek en een gevoeligheidstest kan het best passende antibioticum worden voorgeschreven in het geval van een urineweg infectie.
* Myoglobine zijn kleurstoffen die vrijkomen bij de spierstofwisseling
** Porfyrines zijn kleurstoffen die van nature voorkomen in de urine van planteneters, maar bij vleeseters kan het voorkomen ervan wijzen op een bepaalde vergiftiging.