N.B. De teksten van onze handouts worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op basis van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.
INLEIDING
De lever is een zeer belangrijk orgaan met veel uiteenlopende functies. De lever zorgt voor de omzetting van eiwitten, koolhydraten en vetten uit de voeding. Het zorgt op deze manier voor een evenwicht in het bloed van o.a. suiker en vetten en is ook betrokken bij de aanmaak van de bloedeiwitten. Ook ruimt de lever versleten rode bloedcellen op en breekt daarbij de bloedkleurstoffen (hemoglobine) af. Daarnaast filtert de lever toxische stoffen en afvalstoffen uit het bloed en zorgt ervoor dat deze via de gal uit het lichaam worden verwijderd. De lever zorgt voor de opslag van belangrijke vitaminen en mineralen, o.a. ijzer. Ten slotte is de lever betrokken bij de afgifte van stoffen aan de darmen, die helpen bij het verteren van het voer.
SYMPTOMEN BIJ LEVERZIEKTEN
Als er wat mis gaat in de lever kan dit dan ook voor zeer uiteenlopende, meestal vage, symptomen zorgen. Hieronder een overzicht van de symptomen die we bij een leverziekte kunnen zien, op volgorde van frequentie van voorkomen:
- sloomheid / lusteloosheid
- verminderde eetlust
- braken
- vermageren
- veel drinken / plassen
- diarree
- verminderd uithoudingsvermogen
- dikke buik door vochtophoping
- neurologische verschijnselen
- geelzucht (= icterus)
- te licht gekleurde ontlasting
- abnormale neiging tot bloeden
- vaak plassen / pijn bij plassen
Geelzucht wil zeggen dat de huid en slijmvliezen van een dier een gele kleur hebben. Het wordt veroorzaakt door een opstapeling van bilirubine in het bloed en in de weefsels. Bilirubine komt voornamelijk vrij bij de afbraak van hemoglobine in de lever. Hemoglobine is een stof in de rode bloedcellen waardoor bloed zijn rode kleur krijgt.
DIAGNOSTIEK
- Klinisch onderzoek Bij een dier met geelzucht, weten we zeker dat het dier een leverprobleem heeft of te maken heeft met een vergrote afbraak van rode bloedcellen. Dieren met een vergrote bloedafbraak zijn naast geel ook bleek, dieren met een leverprobleem zijn alleen geel. Maar helaas is het meestal niet zo gemakkelijk, maar een heel klein gedeelte van de patienten met een leverprobleem is geel. Het overgrote deel heeft alleen last van vage klachten, die ook bij veel andere ziekten zouden kunnen passen.
- Bloedonderzoek Bij een dier met vage klachten, waarbij we bij het klinisch onderzoek geen aanwijzingen in een bepaalde richting kunnen vinden, kan een screenend bloedonderzoek uitkomst bieden. We meten dan o.a. leverenzymen en indien deze verhoogd zijn, kan ons dat een aanwijzing geven in de richting van een primair of secundair leverlijden.
- Echo Bij een dier waar we aan de hand van het klinisch onderzoek (geel en niet bleek) of aan de hand van het bloedonderzoek (verhoogde leverwaarden) aan een leverziekte denken is de volgende stap het maken van een echo. Met een echo kunnen we de lever in beeld brengen en zien of hij vergroot is, of er veranderingen zijn in de structuur van het leverweefsel, of er locale massa's te zien zijn en of de galgangen verwijd zijn en er sprake is van galstenen.
- Dunne Naald Aspiratie Biopt (DNAB) Met een DNAB zuigen we via een dunne naald losse cellen uit de lever om deze te onderzoeken. We komen dus niets te weten over de structuur van de lever, we bekijken alleen losse cellen. Als de lever vergroot is en de veranderingen van het leverweefsel zitten diffuus door de hele lever heen, dan volstaat een DNAB. Een DNAB wordt het liefst onder echogeleide genomen, maar dit is niet noodzakelijk.
- Leverbiopt Met een leverbiopt wordt met een dikke naald een stukje leverweefsel uit de lever genomen om dit te laten onderzoeken in een laboratorium. Een leverbiopt geeft veel meer informatie dan een DNAB omdat de structuur van het leverweefsel bekeken kan worden. Bij het nemen van een leverbiopt is echobegeleiding noodzakelijk. Het nemen van een leverbiopt is een ingrijpende vorm van diagnostiek, waaraan de nodige risico's kleven. Het grootste risico is, dat er een (te) groot bloedvat geraakt wordt, waardoor het dier kan doodbloeden. De kans dat dit gebeurd is reëel aanwezig en voor veel mensen reden om van een leverbiopt af te zien. Toch is met de technieken van tegenwoordig het uitvoeren van een leverbiopt veel veiliger geworden. In het verleden is het nemen van een leverbiopt, vooral bij katten, regelmatig noodlottig geweest. Door een recente aanpassing in de techniek van het biopteren is het nemen van een leverbiopt, ook voor katten, veel veiliger geworden. Maximaal 24 uur voorafgaande aan het nemen van het biopt moet de stolling van het bloed van het dier gecontroleerd worden. Omdat bij leverziekten de stolling afwijkend kan zijn, is het erg belangrijk dit vooraf te controleren. Bij het nemen van een biopt worden namelijk altijd wat (kleine) vaatjes geraakt, die bij een normale stolling vanzelf met bloeden stoppen. Bij een dier met een slechte stolling kunnen deze vaatjes door blijven bloeden en voor ernstige problemen zorgen. Omdat we om de lever geen drukverbandje kunnen aanleggen, zoals we dat na bloedprikken om een poot kunnen doen, is het noodzakelijk dat vooraf gecontroleerd wordt of de stolling in orde is. Tijdens het nemen van een biopt is het belangrijk dat het dier zo stil mogelijk ligt. Afhankelijk van het temperament van het dier kan het nodig zijn het dier een roesje te geven. Dit wordt liever niet gedaan, omdat dit, vooral bij een patient met een leverziekte, weer extra risico's met zich meebrengt. Op de plaats waar het biopt genomen gaat worden krijgt het dier een locale verdoving. Als deze goed ingewerkt is, wordt er met een mesje een klein sneetje gemaakt in buikwand. Door dit sneetje kan het biopteerapparaat in de buikholte gebracht worden. Middels het echobeeld kan dan de juiste postie van de biopteernaald bepaald worden, waarna het biopt genomen kan worden. Het liefst worden twee biopten genomen, omdat dit de kans op een betrouwbare uitslag vergroot. Natuurlijk is het ook mogelijk om tijdens een operatie een leverbiopt te nemen. Als we tijdens een operatie zien dat het leverweefsel er niet goed uit ziet kunnen we heel gemakkelijk een leverbiopt nemen.

Fig. 1 dwarsdoorsnede van een leverlob, met linksboven het leverkapsel (de buitenkant) en rechtsonder het centrale gedeelte van de lever met de grote bloedvaten en galgangen. Bloeding door beschadiging van vaten kan worden voorkomen door de biopten niet te diep te nemen.
VERSCHILLENDE LEVERZIEKTEN
De belangrijkste leverziekten die bij hond en kat kunnen optreden zijn:
Honden:
- Acute hepatitis (leverontsteking)
- Oorzaken: virus, medicijnen, zuurstoftekort lever door uitdroging of acute bloeding. (zelden bacterieel)
- Diagnose: indien mogelijk leverbiopt, indien toestand patient te slecht alleen ondersteunende maatregelen (vloeistoftherapie, evt. bloedtransfusie)
- Reactieve hepatitis
- Oorzaken: giftige stoffen uit maagdarmkanaal of uit ontstekingsprocessen elders in het lichaam, Leptospirose (ziekte van Weil)
- Diagnose: leverbiopt en voor Weil evt. bloedonderzoek
- Chronische hepatitis en cirrhose (verbindweefseling van het leverweefsel)
- Oorzaken: virus, medicijnen, ontsporing eigen afweersysteem
- Diagnose: leverbiopt
- Koperstapeling i/d lever
- Erfelijke ziekte, lever niet in staat koper uit te scheiden. Komt vaker voor bij Bedlington terriers, Labradors, Spaniels, Dalmatiers, West highland white terriers, Turkse herders
- Diagnose: DNAB / leverbiopt / DNA-test (vanaf 1 jaar leeftijd)
- Tumor
- Levercarcinoom of adenoom: zaait niet snel uit, afhankelijk van localisatie chirurgisch te verwijderen, diagnose leverbiopt.
- Hemangiosarcoom: slechte prognose, diagnose leverbiopt
- Maligne lymfoom: slechte prognose, diagnose DNAB
- Uitzaaïng van andere tumor naar lever: slechte prognose, diagnose leverbiopt
- Cholangiolitis (diffuus wegvallen van het galafvoersysteem, met secundair hepatitis en cirrhose)
- Oorzaak: overgevoeligheidsreactie op antibiotica (Sulfonamiden)
- Diagnose: echo en leverbiopt
Katten:
- Acute of chronische Cholangiohepatitis (ontsteking van lever en galgangen) - Oorzaak: vaak bacterieel (E. Coli) - Diagnose: leverbiopt
- Leververvetting (gehele lever diffuus veranderd)
- Oorzaak: niet eten, door het vasten gaat het lichaam zijn vet reserves aanspreken. De kat kan een bepaald aminozuur, dat nodig is voor het omzetten van vet in bruikbare bouwstoffen, niet zelf maken. Omdat hij, om welke reden dan ook, gestopt is met eten, neemt hij deze essentiële aminozuren niet op en stapelt het vet zich op in de lever
- Diagnose: DNAB of leverbiopt
- Feliene Infectieuze Peritonitis (onstekingshaarden in de lever)
- Oorzaak: coronavirus, belangrijkste infectiebron is de ontlasting van een besmette kat
- Diagnose: leverbiopt
- Amyloidose
- Erfelijke afwijking, zeer berucht bij de Siamees
- Diagnose zeer moeilijk aan het levende dier te stellen
- Tumor (maligne lymfoom)
- Oorzaak onbekend
- Diagnose: DNAB
WAAROM HET RISICO VAN EEN BIOPT NEMEN?
Door middel van een leverbiopt kan een duidelijke diagnose gesteld worden, waarna er ook zeer gericht behandeld kan worden. Omdat er vele verschillende vormen van leverlijden bestaan, met daarbij ook verschillende behandelingsmogelijkheden, is het van groot belang dat we de juiste diagnose stellen. Dit vergroot de kans op genezing aanzienlijk. Zonder leverbiopt hebben we geen diagnose, en moeten we het met een waarschijnlijkheidsdiagnose doen. De therapie die we dan instellen blijft een gok en we zullen alleen aan de hand van het klinisch herstel van het dier kunnen beoordelen of onze therapie de juiste was. Zo kunnen we kostbare tijd verliezen, tijd die een dier met een leverziekte niet altijd heeft. Daarom vinden wij het belangrijk om bij een dier met een leverziekte zo snel mogelijk de juiste diagnose te stellen middels een leverbiopt. Uiteraard zijn wij van menining dat tijdens het nemen van het biopt zoveel mogelijk veiligheid moet worden ingebouwd. Alleen dan wegen de voordelen op tegen de nadelen!